Notaris Pieter de Boer schrijft voor GrootHeerenveen columns over zijn belevenissen als notaris. In de editie van september schreef hij de volgende column:

De vader die niet de vader is

Notaris worden. Je moet er wel iets voor doen. Na een studie rechten ben je minimaal zes jaar kandidaat-notaris en volg je de Beroepsopleiding Notariaat. Als je vervolgens door de Koning benoemd wordt leg je de eed af. Hierin beloof je nauwgezet en onpartijdig te werken volgens de wetten, reglementen en de verordeningen die op het notarisambt betrekking hebben. Verder belooft iedere notaris geheimhouding voor alles waarvan hij, door zijn ambt, kennis neemt.

Vooral het laatste aspect veroorzaakt wel eens een spagaat. Ik kreeg bezoek van een mevrouw. Haar man was net overleden en ik moest een ‘verklaring van erfrecht’ opmaken. Hierin wordt verklaard wie is overleden, of de overledene een testament heeft gemaakt en wat er in dit testament is bepaald. Bovendien verklaart de notaris wie de erfgenamen van de overledene zijn en eventueel wie door de overige erfgenamen gemachtigd wordt om de nalatenschap af te wikkelen.

Ik kwam erachter dat de overledene iets geheim had gehouden voor het enige kind, een zoon. Hij was niet de vader. Nog ingewikkelder werd het toen de moeder aangaf dat dit niet aan de zoon mocht worden verteld. Ondanks het feit dat ik haar probeerde te overtuigen om het te melden, anders komt de zoon er pas bij háár overlijden achter, volhardde ze in haar standpunt.

Als notaris moet ik me, onder het motto ‘wie dan leeft, wie dan zorgt’ neerleggen bij deze beslissing van de moeder. De eed is bindend. Al jaren. En nóg vele jaren.

plaatsingdatum: 15 september 2017