• Nieuwe wetgeving helpt curator bij aanpak faillissementsfraude

    Indexering alimentatie 2018

    Recht op uitbetaling van vakantiedagen bij ziekte

    Digitaal procederen

    Verplichte minimale reservering vereniging van eigenaars vve

    Nieuwe ontwikkelingen in het “nieuwe” arbeidsrecht

    Zijn huwelijke voorwaarden nog wel nodig?

    Groenewegen Rally 2017

    De vader die niet de vader is

    Geen ergernissen bij uitwinning van zekerheden

    Samen gedeeld of gedeeltelijk samen?

    Nalatenschap met daarin een woning: bezwaar tegen de woz-waarde is mogelijk

    Praten of procederen bij een conflict?

    Wat te doen bij letselschade?

    De maîtresse

    Nieuw huwelijksvermogenrecht per 1 januari 2018 geen huwelijkse voorwaarden meer nodig

    Immateriële schadevergoeding aanbieding diensten advocaat beëindiging wettelijke schuldsanering

    Wie is gerechtigd tot uw levensverzekeringuitkering

    Blijf van mijn bedrijf!

    De meerwaarde- of winstdelingsclausule

    Gemeenschap van goederen niet langer de standaard

    Zonder ingebrekestelling geen herstelkosten

    Formulering betalingstermijn aanmaningsbrieven

    Verruiming begrip bouwterrein in de btw

    Eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden

    Uw bedrijf en de Omgevingswet

    (On)mogelijkheid tot voorwaardelijke ontbinding

    Uitstel handhaving Wet DBA

    De (on)mogelijkheid van annulering tijdens een manische depressie

    Indexering alimentatie 2017

    Belastingvrije schenking van een ton in 2017

    Het einde van het pensioen in eigen beheer in zicht?

    Groenewegen Advocaten & Notarissen ziet positieve tendens

    Discussie over toepasselijkheid algemene voorwaarden

    Betere bescherming erfgenamen tegen schulden

    Rechtsgeldigheid pandrechten bij een faillissement

  • Nieuwe wetgeving helpt curator bij aanpak faillissementsfraude

    Al jaren is het velen, waaronder de politiek, een doorn in het oog; frauderende bestuurders van failliete ondernemingen lijken de dans vaak te ontspringen. De wetgever is al enige tijd bezig het faillissementsrecht flink aan te scherpen en heeft daarbij de curator handvatten gegeven om beter onderzoek te kunnen doen naar faillissementsfraude.

    Op 1 juli 2016 zijn de Wet civielrechtelijk bestuursverbod en de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude in werking getreden. Afgelopen jaar is daar op 1 juli 2017 de Wet versterking positie curator bij gekomen.

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de belangrijkste aspecten van deze nieuwe wetgeving.

    Bestuursverbod

    De Wet civielrechtelijk bestuursverbod heeft als doel om te voorkomen dat frauderende bestuurders hun gang kunnen blijven gaan. De nieuwe regeling maakt het mogelijk dat een bestuursverbod door de curator of het Openbaar Ministerie wordt gevorderd voor ten hoogste vijf jaren.

    In de praktijk zal het naar verwachting niet snel tot een bestuursverbod komen. Wil een curator of het Openbaar Ministerie met succes een bestuursverbod vorderen, dan moet namelijk aan nogal wat voorwaarden zijn voldaan. Een bestuurder moet bijvoorbeeld veroordeeld zijn voor bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement of doelbewust rechtshandelingen hebben verricht  waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld. Ook als de bestuurder, ondanks een verzoek van de curator, jegens de curator tekort schiet in de nakoming van zijn informatie- of medewerkingsverplichtingen kan dit tot een bestuursverbod leiden, evenals de omstandigheid dat een bestuurder tenminste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement waarbij sprake was van een persoonlijk verwijt.

    In alle gevallen geldt echter dat de betrokken bestuurder de gedragingen moet hebben verricht tijdens of in de drie jaren voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement, moet een voorafgaande rechterlijk uitspraak onherroepelijk zijn, en moet er in enkele van de gronden sprake zijn van verzwarende omstandigheden zoals doelbewuste benadeling van schuldeisers, aanmerkelijke benadeling of moet een bestuurder in ernstige mate zijn tekortgeschoten.

    Het civielrechtelijk bestuursverbod is aldus een uitzonderlijke sanctie voor uitzonderlijke situaties.

    Strafbaarstelling faillissementsfraude

    Met de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude wordt beoogd handelingen te bestrijden die een vennootschap in ernstige financiële problemen brengen, met de ondergang van een onderneming en benadeling van schuldeisers als gevolg. Daarnaast draagt de wet bij aan de strafbaarstelling van het niet voldoen aan de inlichtingen- en administratieplicht.

    Vanzelfsprekend zijn (ook) in de nieuwe strafwetgeving allerlei fraudemisdrijven opgenomen, maar interessanter is dat overtreding van de administratieplicht als zelfstandig strafbaar feit is opgenomen.

    Onder de oude wetgeving was het vaak een probleem dat schending van de administratieplicht alleen strafbaar was als het vooruitzicht op het intreden van het faillissement kon worden bewezen; het ontbreken van een administratie stond er vaak aan in de weg dat dit kon worden bewezen. Onder de nieuwe wetgeving  is reeds het opzettelijk niet hebben voldaan aan de administratie- of bewaarplicht, of het opzettelijk niet afgeven van de administratie aan de curator, strafbaar.

    Versterking positie curator

    In faillissement heeft de bestuurder van een vennootschap een inlichtingenplicht en een medewerkingsplicht. De nieuwe wetgeving bepaalt dat de bestuurder niet alleen desgevraagd, maar ook uit eigener beweging de curator moet inlichten over feiten en omstandigheden waarvan hij weet of behoort te weten dat deze voor de curator van belang zijn. Bovendien geldt een medewerkingsplicht. Bij het beheer en de vereffening van de boedel door de curator moet een bestuurder alle medewerking verlenen; dit betekent bijvoorbeeld dat een bestuurder verplicht is de administratie over te dragen. Doet de bestuurder dit niet, dan ontstaat al vrij snel een situatie waarbij de bestuurder strafbaar handelt (zie hiervoor onder Strafbaarstelling faillissementsfraude) en de curator aangifte kan doen.

    De administratie van een onderneming is vaak de belangrijkste informatiebron voor een curator. Voor onderzoek naar faillissementsfraude steunt de curator in belangrijke mate op de administratie. Onder de nieuwe wetgeving is daarom niet alleen een bestuurder verplicht tot afgifte, maar zijn ook derden hiertoe gehouden, zoals bijvoorbeeld betrokken accountants.

    Alle voorgaande wetgeving moet de curator helpen te kunnen voldoen aan zijn, nu expliciet in de wet vastgelegde verplichting om in faillissementen te onderzoeken of er sprake is van onregelmatigheden (lees; omstandigheden die het faillissement hebben veroorzaakt, de vereffening van boedel bemoeilijken of het boedeltekort vergroten).

     

    Dit artikel is geplaatst op 15 januari 2018